Nieuwe perspectieven op documenta 14

Tentoonstelling: documenta 14, t/m 17 september 2017 in Kassel.

Stanley Whitney, Overall 2, 2017

Grote manifestaties als documenta worden tegenwoordig samengesteld vanuit een bijna encyclopedisch verlangen de hele wereld te representeren en tegelijk de blikrichting waaraan we gewend en dikwijls gehecht zijn een draai te geven of zelfs om te keren. Om zoiets in alle facetten te kunnen bespreken zou een pak van Sjaalman nodig zijn met als onmisbare hoofdstukken:

Over de rol van kunst als bewustzijnsindustrie.

Over de verbeelding als instrument voor design en commentaar.

Over kunst die ontstaat gelijktijdig met -, en als spiegel van een cultuur, versus kunst als bespiegeling achteraf.

Over de behoefte en noodzaak van perspectief te wisselen.

Over de beperkte mogelijkheden van kunst om maatschappelijke verandering te bewerkstelligen.

Over Griekenland als de bakermat van onze cultuur.

Over wetenschap en willekeur.

Over volledigheid en chaos.

Over de balans tussen aansluiting zoeken bij bestaande instituties en ze corrigeren.

Over de uitgestrektheid van tentoonstellingslocaties en de grenzen aan wat voor bezoekers beloop- en behapbaar is.

Over Duitsland als de hoeder van onze cultuur.

Over het streven zoveel mogelijk kleur in een schilderij te stoppen.

Ik ben geen Sjaalman en het zal mij niet lukken de genoemde onderwerpen stuk voor stuk te analyseren en ze met elkaar in een zinvol verband te brengen. Ik zie wel dat de organisatoren van documenta 14 de huidige positie van Duitsland als economische, politieke, culturele en humanitaire macht plaatsen naast die van het oude Griekenland waarvan we nog slechts de brokstukken en ruïnes kennen. Uit de geschiedenisboekjes horen we te weten dat niet heel lang geleden de Duitsers Griekenland als een vazalstaat beschouwden waar ze een koning naar eigen signatuur mochten benoemen en zich de kunstschatten konden toe-eigenen door ze te kopiëren of eenvoudig mee te nemen. Die vorm van machtsverschuiving belast de actuele verhoudingen, niet alleen tussen Griekenland en Duitsland maar tussen naties en volken wereldwijd. Een wisseling van perspectief is nodig om te kunnen zien wanneer de macht die zich superieur voelt zich verlaagt tot het niveau van onmenselijkheid. Dat gebeurt op kleine schaal, bijvoorbeeld waar wordt getoond dat de Duitsers als nieuwe cultuurdragers hun toevlucht hebben genomen tot boekverbranding en erger, veel erger. Op veel grotere schaal zijn de gevolgen van het superioriteitsdenken zichtbaar in de systematische achterstelling en vervolging van mensen en volken vanwege hun huidskleur, afkomst, ideeën, seksuele of godsdienstige voorkeur. De documenta is bereid het allemaal te tonen. `Not some of it. All of it.’, zoals Lou Reed ooit zong.

Bij de keuze van het materiaal dat getoond wordt gaat aan de orde stellen boven verbeelding, stellingname boven acceptatie. Het omkeren van het vertrouwde perspectief is een houding waaraan de kijker moet wennen. Niets spreekt nog vanzelf. Alles vertegenwoordigt een waardenstelsel en elk stelsel heeft een ideologische, economische, door waanbeelden geïnspireerde achtergrond. Nooit was de gedachte dat kunst gevestigde waarden moet ondergraven zo sterk als nu. Nooit was de behoefte het begrip kunst te relativeren en terug te brengen tot posities, standpunten van een groep of klasse, zo groot. De houding van waaruit die enorme taak wordt aangepakt ligt ergens tussen morele verontwaardiging en wetenschappelijke objectiviteit in, precies het terrein waar het hedendaagse politieke activisme zich heeft genesteld. Ik twijfel niet aan de rol die activisme kan spelen in het opschudden van de publieke opinie en het aan het wankelen brengen van figuren en instituties die zichzelf onaantastbaar achten, maar wel aan de vereenzelviging van kunst met die wereld. Ook daar worden belangen verdedigd en posities ingenomen. Het beperkt de kunstenaar in zijn vrijheid te twijfelen aan alles en geen antwoord te weten buiten zijn persoonlijke beeldspraak, een rake vergelijking of een hulpeloze krabbel. Het dwingt hem mee te doen in een politieke strijd of zichzelf te veroordelen tot een marginaal bestaan – misschien is de onvermijdelijkheid daarvan wel de essentie waarop hij moet terugvallen.

Meedoen betekent meespelen in een onzekere strijd met een onzekere uitkomst. Het spel van onderzoek, opschudden en van perspectief wisselen gaat nog wel even door en alle nieuwe verhoudingen die daaruit ontstaan zullen dezelfde kenmerken van de geschiedenis dragen. Er blijven altijd nieuwe gekwetsten en achtergestelden. Elke strijd namens een collectief kent een moment van uiteenvallen in individuen die dan voor zichzelf moeten spreken. Dit voor zichzelf spreken wordt impliciet in een kwaad daglicht gesteld wanneer kunstmanifestaties als politieke instrumenten worden ingezet. Misschien is het nodig, misschien is er een momentum dat we moeten aangrijpen en doordrukken om iets voor elkaar te krijgen. Waar ik me zorgen om maak is de individuele uitspraak die nu alleen nog gewaardeerd wordt als een uiting van moed je stem te verheffen tegen de verdrukking in. Daarbuiten, wanneer het gaat om de stem van de verbeelding, is die steeds meer gereduceerd tot een uiting van doelloosheid, willekeur of persoonlijke smaak. En dat is wat de wetenschappelijk en encyclopedisch ingestelde en politiek gemotiveerde curator nu juist wil vermijden. Een documenta samenstellen is zoiets als het aaneensmeden van losse bijdragen tot een samenhangend betoog waarin voor willekeur in de vorm van speculatieve of puur esthetische keuzes vrijwel geen plaats is.

Vrijwel. Want al deze gedachten gistten in mijn hoofd toen ik in de documenta-Halle op de zaal stuitte met schilderijen van de Amerikaan Stanley Whitney. Kleurige, stralende rasters, altijd vierkant, late en vrije variaties op de Boogie-Woogie-composities van Mondriaan. Omdat ik ervan uit ging dat de documenta-leiding nooit met de mond vol tanden staat als het om het verantwoorden van gemaakte keuzes gaat, zocht ik onder Whitney op de documenta-site. Volgens Monica Szewczyk ziet Whitney, geboren in 1946 en afwisselend werkend in New York en Parma, het als zijn taak ‘to pack as much color as possible in each painting’, daarbij in gedachten houdend dat ‘the space is in the color’. Wat ik mij afvraag is hoe iemand van deze leeftijd en toch ook kwaliteit opeens een nieuwe ster aan het firmament kan zijn en nog wel in een context die heel ver afstaat van de problemen van kleur en ruimte op het platte vlak. Begrijp me goed: ik ben blij dat ik het werk heb leren kennen, ik vind het mooi en een zeer welkome afwisseling in het documenta-verhaal. Ik vind het zelfs plezierig dat in de gestaalde kaders daar nog ruimte is voor een bijdrage die je toch speculatief zou kunnen noemen, esthetisch en niet gericht op een of andere vorm van emancipatie. Een individuele stem te midden van een koor van klagers. Een keuze die ik niet kan verklaren, en zij ook niet.

Eén gedachte over “Nieuwe perspectieven op documenta 14”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *