A Portrait of the Artist

Gustave Courbet, Bonjour Monsieur Courbet, 1854

Ik had me zo voorgenomen het C-woord niet te laten vallen, maar er is geen ontkomen aan nu vrijwel iedereen ermee is besmet en groepsimmuniteit onhaalbaar lijkt. Crisis beheerst ons doen en nog meer ons laten. Crisis schreeuwt om antwoorden en oplossingen, en tegelijkertijd wordt ons denken erdoor vertroebeld. Crisis is ernstiger dan die andere C-aandoening, omdat de oorsprong niet traceerbaar is tot een uitheemse markt of een sinister laboratorium. Naar een vaccin wordt door niemand gezocht. De Crisis-uitbraak heeft ons ook niet overrompeld of verrast. Die werd door menigeen allang verwacht en veel mensen lijken opgelucht nu hun voorspelling werkelijkheid is geworden. Crisis is immers een voedingsbodem voor somberheid, verwarring en speculatie. In dit klimaat is het moeilijk zin van onzin te onderscheiden en lijkt elke mening evenveel waard.

Zoals de regelmatige lezer van deze blog heeft kunnen merken, slaat het mij met stomheid. Ik word doodmoe als ik zie hoe iedereen zijn kans grijpt op zijn of haar fifteen minutes of fame in de vorm van ingezonden commentaren, pleidooien voor standpunten van steeds kleinere groepen in de marge en profetieën van hoe de wereld veranderd zal zijn als we aan de andere kant van de tunnel staan. Ik verbaas me over al die lieden – het zijn vooral schrijvers, kunstenaars en musici – die zich door een griepepidemie van de wijs laten brengen. Waarmee hielden zij zich bezig tot 14 maart 2020? Had het zo weinig betekenis dat het ingeruild mocht worden voor een engagement dat door de Crisis heel even vaart krijgt en dan weer even snel stilvalt?

Ik heb in de recente vloedgolf van opinies niets gelezen dat mij hoop gaf op een significante verandering van de kunst. Ik greep naar het boekje De toekomst van Nederland van rijksbouwmeester Floris Alkemade dat de ondertitel meekreeg: De kunst van richting te veranderen. Ik trof er scherpe, maar geen verrassende analyses aan en geen gebruiksaanwijzing hoe deze kunst te beoefenen. Waar was ik zelf mee bezig? Met het schrijven en spreken over kunst, onder meer door op deze blog actuele tentoonstellingen en publicaties te bespreken. Ik twijfelde al enige tijd of ik daarmee door zou gaan en ik denk dat dit een goed moment is om ermee te stoppen. Niet met www.altijdvandaag.nl, de site blijft en ik zal er nieuwe bijdragen aan toevoegen. Wel met het recenseren. Het valt mij steeds moeilijker onderwerpen te vinden die ik uitdagend vind. Zaken waarover een mening te formuleren valt zijn er volop. Maar in de tegenwoordige mêlee van meningen is die van mij enkel nog homeopathisch verdund terug te vinden. Veel recensies die ik in het verleden schreef hebben mij geholpen mijn gedachten te bepalen. Daar zit een zekere lijn in, en ik merk dat ik daar steeds vaker op terugval omdat een wereldbeeld nu eenmaal niet verandert met het draaien van de wind.

Daar komt bij dat veel van wat in de kunstwereld gebeurt het overdenken nog amper waard is. Tentoonstellingen en publicaties zijn veelal modieus, oppervlakkig en gericht op gemakkelijke consumptie. Ik weet dat veel kunstenaars zichzelf een maatschappijkritische rol toedichten. Maar de wereld waarvan zij deel uitmaken is kritieklozer dan ooit, en op de weinige plaatsen waar kritiek tot de essentie is verklaard worden kunstenaars gedegradeerd tot plastic fiches op het Strategobord. In de musea viert de geniecultus hoogtij, het opzienbarende krijgt voorrang boven het diepgravende, alles draait om namen en uiterlijk vertoon. Onafhankelijke kunstkritiek (het is al een vreemde woordcombinatie) krijgt er geen vat op. Er is geen enkele prikkel om je ermee bezig te houden en dat doet dus ook bijna niemand. Als de media behoefte hebben aan een kunstuitlegger bellen ze een museumdirecteur, nooit een kunstcriticus. En als er vanuit de academische wereld belangstelling is voor de kunstkritiek, ik heb het eerder opgemerkt, dan wordt het debat gevoerd door mensen die niet zelf over kunst schrijven.

Ik heb er genoeg van om in deze carrousel mijn rondjes mee te draaien. Het boeit me niet meer. Wat ik blijf doen is waar het mij altijd al om begonnen was: schrijven over kunst. Ik wil de komende tijd een serie kunstenaarsportretten schrijven in een frequentie van een per maand. Dat genre heb ik al veel beoefend, soms verpakt in een tentoonstellingsbespreking. Op deze site zijn portretten aan te treffen van zulke uiteenlopende karakters als Sam Drukker, Vanessa Jane Phaff, Maria Roosen, Arie Schippers, Jurriaan Molenaar, Marjolijn van den Assem, Neo Rauch, Marlene Dumas, Nan Groot Antink, Raafat Ballan, Paul van Dongen, Jaap de Vries en Herman Gordijn. Verspreid over andere publicaties zijn er veel meer te vinden, ook van oudere en langer overleden kunstenaars. Ze hebben een aantal voordelen: er hoeft geen aanleiding te zijn in de actualiteit; ik ben niet afhankelijk van een bemiddelende partij zoals een museum of galerie; het oeuvre kan in de breedte worden besproken. Het woord portret bevalt me in deze context, omdat een goed geschreven karakterisering van iemands werk een beeld geeft van de persoon die het maakt. Bij de keuze van de kunstenaars zal ik afgaan op mijn eigen nieuwsgierigheid en gevoel van urgentie. Als iemand mij wil wijzen op kandidaten (zichzelf of een ander) met een goede argumentatie waarom hij of zij juist mijn aandacht waard zou zijn, dan hoor ik het graag. Ik neem alles in overweging en beloof niets.    

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe bijdragen? Meld je aan als abonnee, het kost niets en je krijgt enkel waar je om gevraagd hebt. Crisis? What crisis?

Eén gedachte over “A Portrait of the Artist”

  1. Beste Rob, het lijkt me een mooi plan en ik begrijp je beweegredenen, op dit momen draag ik niemand voor, maar wellicht zal ik je in de toekomst graag op een kunstenaar wijzen. Ik vind het in elk geval plezierig om de stukken te lezen, met voor mij nieuwe of verrassende invalshoeken. Ben en blijf benieuwd !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *