Couleur locale

Tentoonstelling: Transpose – essence of forms, Isabel Ferrand, Fatima Barznge, Yasper Ballemans & Nan Groot Antink, t/m 10 maart in galerie Sanaa, Utrecht.

Nan Groot Antink, geen titel (naar Rodchenko 8), 2014, verf gemaakt van natuurlijke verfstoffen op linnen

Nan Groot Antink is een van de deelnemers aan de expositie Transpose in Galerie Sanaa. In het samenbrengen van vier kunstenaars schuilt de suggestie van een onderlinge samenhang, maar die is er alleen op een abstract niveau. Transpose – verschikken, omzetten, verwisselen – is wel een prettig, open begrip om het werk van alle vier mee te benaderen. Het gaat minder ver dan transformatie waarbij de ene vorm in een andere is overgegaan. Wat deze kunstenaars doen is subtieler, zij laten de materialen en de vormen die als startpunt hebben gediend herkenbaar bestaan en ook de weg naar het eindresultaat blijft afleesbaar.

In de manier van werken van Groot Antink is de afgelopen tientallen jaren geen wezenlijke verandering opgetreden, en toch blijf ik nieuwsgierig naar elke volgende stap die zij zet. Zij wint kleurstoffen uit plantaardige materialen of werkt met pigmenten uit luizenbloed, zij kleurt er weefsels mee of tekent ermee op papier. Het is een ambachtelijk procédé dat omslachtig is en veel kennis en geduld vergt. De objecten die eruit voortkomen zijn noodzakelijkerwijs nonfiguratief. Ze blijven dikwijls dichtbij de ambachtelijke technieken die ooit in Europa en nu nog in verre landen worden toegepast om stoffen te kleuren die daarna verwerkt worden in kleding of ander gebruikstextiel. De geverfde stof, soms met een decoratief patroon van ongeverfde stippen door tijdens het verfbad punten strak met touw te omwikkelen, is vanuit het oogpunt van de gebruiker een halffabricaat.

Wat maakt deze doeken, gemaakt volgens bestaande, oude technieken, maar nu uitgevoerd door een Nederlandse beeldend kunstenaar, dan tot kunstvoorwerpen? Daar zijn meerdere antwoorden op mogelijk. Een zouteloze terugkaatsing zou zijn dat kunst is wat de maker tot kunst verklaart. Zo gemakkelijk maakt Groot Antink zich er niet vanaf. Maar de werkelijkheid raakt daar toch aan: haar manier van zich verdiepen in de bewerking van textiel en het bereiden van verf speelt zich af binnen de context van de beeldende kunst omdat daarin haar opleiding en beroepsmatige bestaan liggen. De handeling zelf, zou je kunnen zeggen, is niet meer functioneel en niet van deze tijd. Maar wat is het verschil met een kunstenaar als Mondriaan die, door verf in primaire kleuren op een stuk textiel te smeren, evengoed terugviel op een decoratiepraktijk die geen levensvoorwaarde was, nog minder zelfs dan het jute of bandkatoen van Nan Groot Antink dat tenminste nog nuttig te gebruiken zou zijn. Dat is dan ook het tweede argument om zulke dingen bestaansrecht te verlenen als kunst: ze staan centraal in een opeenvolging van rituelen die begint met het werkproces in het atelier, een vervolg krijgt door ze tentoon te stellen en wordt afgerond door ze een permanente plaats te geven in een huis of openbaar gebouw. Het rituele karakter blijft bij Groot Antink niet beperkt tot het versieren van de ruimte. Steeds vaker, met name wanneer ze aan een plaatsgebonden opdracht werkt, ‘verschikt’ Groot Antink het gebruik, bijvoorbeeld bij de Dogon in Mali, om uitsluitend lokaal gevonden kleurstoffen toe te passen. Voor een project in het Textielmuseum in Tilburg verwerkte zij kleurstoffen uit bomen en planten die daar van nature voorkomen, met urine van de plaatselijke mannelijke bevolking die nog de eretitel kruikenzeikers draagt. Een serie wandkleden uit 2017 in de zogenaamde Grootboekzaal van de Algemene Rekenkamer kreeg de kleuren van kruiden die er ooit in de voormalige kloostertuin werden geteeld. Daarmee onttrekt zij iets aan de bodem en de geschiedenis ter plekke en geeft het letterlijk de status van couleur locale.

Wie zich verdiept in wat Groot Antink precies doet zal merken dat ze ook buiten de gebaande paden treedt van uitheemse gebruiken. Ze combineert technieken die afkomstig zijn uit verschillende landen en werelddelen, ze verenigt tradities, de materiaalkennis die eraan ten grondslag ligt en de associaties die ermee verbonden zijn. Daaruit komen losse doeken en kleurenseries voort met een enorme verscheidenheid aan kleursterkte, transparantie, weefselkwaliteit, en afgeleide kenmerken als manier van opspannen en inlijsten. In haar werk klinken veel culturen door en als geheel is het een spiegel die zij ons westerlingen, gewend aan snelheid en machinale productie, voorhoudt.

Meestal is er niet veel eigen handschrift nodig om de uitkomsten van haar voortgaande onderzoek hun werk te laten doen. De doeken waarop ze inkt en andere kleurstoffen met geweld heeft laten neerkomen en die daardoor een explosief karakter hebben gekregen, dateren inmiddels van lang geleden toen zij meer geldingsdrang had dan tegenwoordig. Het wondermooie tweeluik in twee kleuren monochroom rood, met de ook al zo mooie ondertitel Karmozijn en scharlaken, nu te zien in Utrecht, vormt het andere uiteinde van het spectrum: er is geen compositie, geen ingreep van de maker, daar heerst een volmaakt evenwicht.

Nan Groot Antink, installatie

Groot Antink laat bij Sanaa, voor zover ik weet voor het eerst, samengestelde composities zien van ouder en nieuw werk. Daarin put zij uit verschillende benaderingen binnen een consequent volgehouden, zelf opgebouwde traditie. Je onderscheidt geen oud of nieuw in deze installaties, er wordt een nieuwe balans gevonden als in een symfonie waarin de componist motieven uit eigen vroegere opusnummers heeft geïncorporeerd.

Veel doeken van Nan Groot Antink zijn het product van verven, slechts een deel het resultaat van schilderen. Zij heeft een serie schilderijen gemaakt waarop clusters van ronde vormen voorkomen die zoals bij haar gebruikelijk geen titel hebben maar wel een ondertitel: ‘naar Rodchenko’. Daar betoont zij zich opeens schatplichtig aan een van de pioniers van de moderne kunst, fotograaf, typograaf, maker van collages, die als een van de eersten de werkelijkheid naar zijn hand zette door onverwachte perspectieven toe te passen, de horizon scheef te zetten en aan licht en schaduw evenveel waarde toe te kennen. Hij zag als geen ander de wetmatige orde, de dynamiek en de abstracte patronen in het moderne stadsbeeld. Hij was een meester in zwart-wit. De afstand tot de kleurencomposities van Nan Groot Antink kon bijna niet groter. Maar zij kent haar bronnen.

Eén gedachte over “Couleur locale”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *