Callum Innes, een expositie van belang

Tentoonstelling: Callum Innes, I’ll Close My Eyes, tot en met 26 februari 2017 in De Pont Museum, Tilburg.

conor4innes

Ik zag mijn eerste Callum Innes in 2004, in het museum van Aberdeen. Het hing eenzaam in de centrale hal van het museum, het was ongeveer 150 bij 150 centimeter en het hele doek was gevuld met een patroon van paarse strepen die kennelijk als vloeibare verf van bovenaf over het doek uitgelopen waren. Ik was direct verkocht. Het had zo’n mooie beheersing en transparantie dat ik het zag als een werkelijk nieuwe stap in de non-figuratieve kunst, waar toch heel wat wordt geprobeerd. Het is intens moeilijk het materiaal zijn gang te laten gaan en willekeur te vermijden. Nu ik in De Pont meer van zulke schilderijen heb gezien, verbaas ik me opnieuw over de scherpe afbakeningen tussen verfbanen en uitsparingen.  Innes heeft in zijn ambacht een graad van perfectie bereikt die bijna niet te bevatten is.

In zijn nieuwere werk – van de afgelopen acht jaar, zo’n beetje –  is Innes gaan werken in series van gelijkvormige, geometrische composities. Globaal komt het erop neer dat hij op een wit doek met dekkende verf een zwarte rechthoek vult, tot aan de verticale middellijn. Rechts krijgt het zwart een pendant in een transparant opgebrachte kleur, in De Pont zijn dat variaties van blauw-paars-indigo. Onder dit gekleurde vierkant loopt de blauwe verf lichter uit tot de onderrand. Dit laatste vlak sluit niet scherp tegen de middellijn. Je ziet hier als het ware de kleurstof van het doek weglopen. Toch is niet gemakkelijk met het oog te reconstrueren hoe de compositie tot stand is gekomen. Het gekleurde vierkant dat wel scherp is afgebakend vertoont sporen van een horizontale en een verticale beweging. Het effect is fascinerend. Een korte film van Innes met assistenten aan het werk in zijn atelier verraadt hoe hij te werk gaat. Enerzijds wordt daarmee het geheim van de chef onthuld, anderzijds is het schilderproces  zo mooi en gewaagd dat je er ademloos naar blijft kijken. Innes blijkt de kleur kletsnat met een breed penseel in horizontale banen vanaf het zwart op te brengen. Door deze horizontale  beweging te beperken tot het vierkant dat met het zwart een tweeluik vormt, houden de afdruipende en de verdelende  beweging elkaar daar in evenwicht. Daaronder blijven, zoals geconstateerd, de sporen van de druipende verf zichtbaar.

Innes is niet zuinig met het opbrengen van de transparante verf. De kleur vloeit rijkelijk over het doek en het opvangen en geleiden ervan moet met bekwame spoed gebeuren. Haast is daarentegen uit den boze. Het is stil in de moderne, witte werkruimte wanneer Innes aan het werk is. Hij voert het werk uit met vaste hand, bekijkt achteraf het resultaat en beslist dan of het geslaagd is dan wel vernietigd moet worden. Er is geen tussenweg, correcties zijn niet mogelijk.

Het enige bezwaar dat ik zie is dat Callum Innes zichzelf veelvuldig herhaalt. De Pont doet daar niet geheimzinnig over, want er hangt een serie van pakweg zeven schilderijen die alleen in kleurtint en intensiteit verschillen. Gelukkig is er ook veel vroeger werk in de tentoonstelling en een ruime keuze uit de aquarellen op kleine en middelgrote formaten. Wat zou ik daarover kunnen zeggen? Ze onttrekken zich aan elke beschrijving, zodat een afbeelding hier voor zichzelf moet spreken. In de kunst van Callum Innes valt alles samen met het materiaal en de techniek, maar de aquarellen lijken gemaakt zonder tussenkomst van de menselijke hand, en met een absoluut minimum aan materiaal. Een tentoonstelling van belang. Neem er ruim de tijd voor.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *