Domeniek Ruyters moet weer eens wat

Domeniek Ruyters moet weer eens wat

Afgelopen vrijdag reikte onze koning voor het eerst de Koninklijke Prijs voor de schilderkunst uit. Hij zet daarmee een oude traditie voort want zijn moeder, grootmoeder, overgrootmoeder en betovergrootvader deden het ook al. Het is mooi dat het gebruik onaangetast door mode en gedachten aan economisch mindere tijden blijft bestaan.
Een andere, zij het minder oude traditie is dat bij het uitreiken der prijzen een boekje verschijnt met een essay over het vak van de schilder. Dit jaar is Domeniek Ruyters gevraagd deze taak op zich op te nemen. Domeniek Ruyters is hoofdredacteur van het tijdschrift Metropolis M.
Een beetje vreemd is deze keuze wel want in alle jaren dat Domeniek Ruyters inmiddels hoofdredacteur van Metropolis M was heeft hij er nooit blijk van gegeven enige interesse in de schilderkunst te koesteren. De stukjes die hij niettemin aan het onderwerp wijdt beginnen meestal met een verklaring, iets in de trant van ‘De schilderkunst is al vele malen dood verklaard.’ Hiermee wil Domeniek Ruyters, hoofdredacteur van Metropolis M, duidelijk maken dat hij zich niet laat foppen. Hij weet heel goed dat men over schilderkunst enkel necrologieën kan publiceren. Schilderkunst is niet van deze tijd, dat vindt Domeniek Ruyters, hoofdredacteur van Metropolis M, niet alleen maar dat vinden veel mensen al heel lang. Zijn doodsaanzeggingen staan, zogezegd, in een traditie. De traditie zet al even lang dit argument kracht bij door te verklaren dat de schilderkunst dood is.
De moeilijkheid is nu dat er twee werkelijkheden naast elkaar bestaan die elkaar niet verdragen. De ene is de waarneming van Domeniek Ruyters, hoofdredacteur van Metropolis M, en al zijn voorgangers die de schilderkunst voor dood houden. De tweede is de schilderkunst zelf die weigert zich te laten begraven. Daar is een goede reden voor. Dit jaar zonden 225 jonge kunstenaars hun werk in voor beoordeling door de jury van de Koninklijke Prijs. De patiënt is overleden en niettemin springlevend.
Je zou nu verwachten dat Domeniek Ruyters, die behalve essayist ook hoofdredacteur is van Metropolis M, tegen onze vorst had gezegd:’Sire, het spijt mij zeer maar uw werkelijkheid is de mijne niet. Uw Prijs gaat uit van de veronderstelling dat de schilderkunst leeft en die onderschrijf ik niet. Het uitreiken van prijzen voor een niet meer bestaande kunstdiscipline is mij – en het tijdschrift Metropolis M, waarvan ik hoofdredacteur ben – te gortig.’
Maar weigeren deed hij niet. Monter zette hij zich achter zijn tekstproducerende machine die hem deze openingszin aan de hand deed: ‘Schilderkunst zit in het defensief.’
Als Domeniek Ruyters geen hoofdredacteur van Metropolis M was, kon hij waarachtig wel de politiek in. Onder druk wordt alles vloeibaar en nu er zachte pressie wordt uitgeoefend door ons staatshoofd is Domeniek Ruyters, in het dagelijks leven hoofdredacteur van Metropolis M, bereid te verklaren dat de sinds lang overleden schilderkunst leeft. Maar – sputtert hij – zij zit in het defensief. Dat betekent waarschijnlijk dat zij wordt aangevallen. Toch? Hij vertelt niet door wie.
Hij zegt wel dat in ‘tentoonstellingen die er voor het internationale kunstdiscours toe doen’ weinig tot geen schilderkunst wordt opgenomen. De gevolgen daarvan zijn, volgens de hoofdredacteur van Metropolis M die luistert naar de naam Domeniek Ruyters, dat de kunstacademies geen (‘of soms nog maar een enkele’) schilder opleiden. Hoe die 225 sollicitanten naar de Koninklijke Prijs dan aan hun opleiding zijn gekomen, legt hij niet uit. Hij heeft wel een advies aan deze arrogante jongelingen die volharden in het beoefenen van een vak dat er op bepaalde plaatsen niet meer toe doet.
‘De roep om meer contextueel besef druist in tegen de cultuur van de schilder, die zich al tientallen jaren heeft voorgestaan op zijn aparte status, buiten de maatschappij, zelfs buiten de tijd, in een universum van louter schilders uit alle plekken en tijden, die zich als leden van een genootschap graag tot elkaar verhouden.’ Dit is de diagnose. Ziet u? Waar de man die leiding geeft aan de redactie van een zeker Nederlands tijdschrift over kunst ‘genootschap’ schreef, had hij aanvankelijk ‘sekte’ geschreven, maar dat leek hem met het oog op de koninklijke opdrachtgever toch te denigrerend.
En toen? Waar leven is, is hoop, moet de essayist gedacht hebben. Diep ademhalen en – tegen beter weten in – een aanloop nemen voor een gymnastische oefening die tegelijkertijd de schilderkunst en de hoofdredacteur van Metropolis M uit hun benarde posities moet bevrijden.
‘Schilders moeten leren’ – critici die gezaghebbend willen zijn naar wie desondanks niemand luistert, nemen tenslotte hun toevlucht tot het imperatief ‘moeten’ – ‘dat ze net als elke andere kunstenaars (ja, dat staat er zo) onderdeel zijn van de kunstwereld en de samenleving in bredere zin, ze moeten leren reflecteren, hoe zich te positioneren en ontwikkelingen te becommentariëren op terreinen die vallen buiten het pure schilderen. En daar blijken ze niet heel goed in.’
Komt het nog goed, hoofdredacteur? Ja, als ze maar eens ‘analytisch’ gingen schilderen. Wat mag dat inhouden?
‘De uiterste consequentie van het analytische schilderen zou kunnen zijn dat er geen verf op doek meer nodig is om een schilderijententoonstelling te kunnen maken.’
Tja. De uiterste consequentie van analytisch leven zou kunnen zijn dat mensen geen adem meer hoeven te halen om toch van een menselijk bestaan te kunnen spreken. Dat gaat niet lang goed.
Beste Domeniek. Je bent nu al veel te lang hoofdredacteur van het tijdschrift Metropolis M dat ooit is opgericht om jonge mensen een kans te geven zich te roeren in het ‘kunstdiscours’, ongeacht of dat er toe doet of niet. Kennelijk vastbesloten daar je pensioen te halen blijf je anderen de wet voorschrijven, zonder ook maar ooit blijk te geven van een zekere fascinatie voor wat ze doen, de kunstenaars met hun onvoorspelbare, onmaatschappelijke houding. Je pleidooi voor aanpassing aan jouw context is armzalig en belachelijk. En als je je zo nodig moet profileren als hoofdredacteur van Metropolis M, wees dan de eerste criticus die afziet van woorden op papier. Geef toe, je bent er niet heel goed in.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *