kijken zonder bekeken te worden

Als voorbereiding op de tentoonstelling DE MAN in Deventer (vanaf 20 juli aanstaande). Zie ook Hij mag gezien worden – 27 mei 2018, Een boek dat in geen kast past – 14 april 2018 en Bekeken of gezien worden – 19 maart 2018. 

Jamie Wyeth, Figuurstudie van Rudolf Noerejev (Study #18), 1977

Is zien een kwestie van zenden of ontvangen? Dat is een oude vraag, gesteld door nieuwsgierige geesten die nog niet over de natuurkundige kennis en hulpmiddelen beschikten om het bewijs te leveren voor de ene of de andere opvatting. Lang is gedacht dat het oog stralen uitzendt die door voorwerpen worden teruggekaatst. Later werd ontdekt dat het oog niet de bron is van de straling maar slechts de ontvanger. Er is licht voor nodig om de dingen zichtbaar te maken en een orgaan dat daar gevoelig voor is: het oog.

James Elkins betoogt in zijn studie The Object Stares Back uit 1996 dat dit een veel te simpele voorstelling van zaken is. Het oog kan weliswaar elk visueel signaal ontvangen, maar de hersens zijn niet in staat of bereid al die signalen als beeld tot het menselijk bewustzijn toe te laten. Op talloze manieren wordt visuele informatie gefilterd, al dan niet in een context geplaatst, al dan niet herkend, al dan niet waargenomen. ‘Zien’ heeft als werkwoord een passieve klank, maar het is slechts een onderdeel van het proces van waarnemen. Onmisbaar element bij dat laatste is het vormen van een voorstelling. Elkins laat zien dat de mens zich niet alles kan voorstellen, dat wat men zich kan voorstellen individueel en cultureel bepaald is en dat mensen de neiging hebben de voorstellingen die al in hun hoofden op voorraad liggen te projecteren op de wereld om hen heen. Dat maakt zien tot een buitengewoon subjectieve beleving.

Een interessante aanname waar Elkins in de titel van zijn boek aan refereert  is dat ons zien nooit los staat van ons idee dat we gezien worden. Niet alleen door ‘de ander’, of de tegenwoordig alomtegenwoordige camera: we kleden ons, maken ons op, gedragen ons naar hoe we denken dat de omgeving ons ziet en daarbij kennen we de gave van het zien met evenveel gemak toe aan meubelstukken, huizen en bomen als aan mens en dier. We kneden ons zelfbeeld naar de wens op te gaan in de massa of juist op te vallen, mooi te zijn of serieus genomen te worden.

Het gezien worden conditioneert de mens. Het kijken doet dat ook. Elkins geeft het voorbeeld van medische verslagen van ziekenhuisartsen uit de negentiende en vroege twintigste eeuw, waar beschrijvingen van patiënten worden geïllustreerd met foto’s van naakte lichamen met uitdrukkingsloze gezichten. ‘This seeing is aggressive: it distorts what it looks at, and it turns a person into an object in order to let us stare at it without feeling ashamed. (…) In short, it is an act of violence and it creates pain.’

De auteur zegt niet hoe de medische wereld moet functioneren zonder deze zogenaamd objectieve manier van kijken, maar het is natuurlijk goed je rekenschap te geven van de schaamte en pijn die erdoor worden veroorzaakt. Maar Elkins geeft het argument een veel bredere strekking: een foto van een mens doet de gefotografeerde pijn, al is het ‘a small hurt’, door diens beeld te bevriezen en condenseren in iets wat hij of zij niet is. Ik vind het niet sterk dat hij nergens zegt wie die pijn voelt. Pijn van dit type is, net als schaamte, een kracht die niet buiten het individu kan bestaan. Het is een emotie, subjectief, cultureel of door opvoeding bepaald en dus tot op zekere hoogte te overwinnen of onschadelijk te maken.

Elkins lijkt hier al ver afgedwaald van het zien dat zijn eigenlijke onderwerp was. Hij volhardt in zijn dwalen als hij in het hoofdstuk Looking Away, and Seeing Too Much het tekenen naar levend model aanroert. Dat vindt hij ongemakkelijk. Het is een eenvoudig, onvermijdelijk feit dat het kijken naar een levend model een beladen ervaring is, zegt hij. Want hoezeer docenten het ook kunnen voorstellen alsof we naar oninteressant meubilair staan te kijken, er kleven toch altijd seksuele en sociale connotaties aan. De persoonlijkheid van het model wordt uitgewist of gesimplificeerd en er is een ongelijke machtsverdeling tussen het passieve model en de actieve tekenaars. En dan draaft hij door: ‘Hospitals, prisons, pornography and nudism all echo in the life drawing classes. (…) There can be elements of sexual inequality, humiliation, coercion, racism, class difference, sexual desire, sadism, masochism, voyeurism, discomfort and even pain.’

Daar wordt zijn betoog een lachwekkende poging zijn afkeer van het naakte lichaam een wetenschappelijke basis te geven. Alles wat hij noemt aan volgens hem negatieve aspecten komt overal in de maatschappij voor, om de simpele reden dat het menselijke neigingen zijn die op zijn minst in de vorm van fantasieën een hardnekkig bestaan leiden. Je kunt je ogen ervoor willen sluiten, maar in een beschouwing over kijken heeft een dergelijk bekrompen standpunt geen plaats. Al helemaal is het geen morele basis om het tekenen naar model in een kwaad daglicht te stellen. Elkins zou er goed aan doen kennis te nemen van de blog van een zekere Maria Wulf (http://www.fullmoonfiberart.com/2014/12/30/reflections-on-rudolf-nureyevs-penis/) die haar eerste ervaringen beschrijft met het tekenen naar mannelijk model. Zij aarzelde tussen niet te veel aandacht besteden aan de genitaliën en de angst voor preuts door te gaan bij de andere deelnemers. Later kwam hetzelfde dilemma op toen zij in het Fine Arts Museum in Boston oog in oog kwam te staan met een naaktportret van Rudolf Noerejev, getekend door Jamie Wyeth. Haar man brak de spanning door hardop te zeggen: ‘He’s well hung, isn’t he?’ Vanaf dat moment voelde ze zich vrij naar een naakt te kijken zonder zich af te vragen wat anderen van haar zouden denken. Het waren niet haar eigen opvattingen die haar hinderden, maar de schaamte voor de blik van de ander. Een mooie illustratie van de uitgangsstelling van James Elkins.

En wat zag zij toen ze eenmaal durfde te kijken? Een prachtig schilderij van een prachtige man die ook volledig gekleed een en al seksualiteit zou uitstralen. ‘Not just by the size of his penis.’

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *