Wandelaars, verzamelaars

Tentoonstelling: Inleven/inlijven, Marjolijn van den Assem ontmoet Hendrik Chabot, t/m 8 oktober in het Chabot Museum, Rotterdam.

Hendrik Chabot, Zee, 1933

De oplettende wandelaar is een verzamelaar. Wandelen doe je niet om iets te ontdekken of een doel te bereiken. Het is een routineuze activiteit om de tijd te laten passeren en gedachten de vrije loop te laten. Die stemming maakt de wandelaar ontvankelijk voor indrukken en associaties. Die gaan mee naar de werkplaats waar ze worden genoteerd. Wandelaars zijn dikwijls krabbelaars, schrijvers van nauwelijks doelgerichte notities die hun charme ontlenen aan het ongedwongen karakter.

Hoewel het wandelen van Marjolijn van den Assem een eenzame bezigheid is, is zij steeds op zoek naar soortgenoten met wie zij zich verwant voelt. Ze hoeven niet meer in leven te zijn, het is voldoende wanneer hun notities in de vorm van gedichten, brieven, schilderijen of tekeningen hun nabijheid uitdrukken. Zo ondergaat zij het geschreven oeuvre van Nietzsche en Hölderlin, en het geschilderde van Hendrik Chabot. Het gemeenschappelijke gevoel dat hun werk overdraagt is de aanwezigheid in het landschap, het openstaan voor indrukken van de natuur, het licht, de tijd.

Het is een fascinerend thema waarover een schitterende tentoonstelling te maken zou zijn, met tekstfragmenten van Goethe en Rousseau tot aan Nooteboom en beelden van Turner tot Hamish Fulton en Richard Long. De expositie die nu Chabot en Van den Assem samenbrengt in Rotterdam, zou erin op kunnen gaan.

In opzet wringt er iets in het Chabot Museum. Waar eerder vaak naar een balans werd gezocht tussen Chabot, die hier nu eenmaal thuis is, en een gastkunstenaar, heeft Van den Assem nu de vrijheid gekregen Chabot naar de marge te drukken. Er zijn momenten waarop hun beider werk harmonieus samengaat zoals in de benedenzaal waar Chabot een gouden licht over het lage landschap laat vallen en Van den Assem in even sprekende kleuren water. Maar hun zoeken loopt niet helemaal parallel. Van Chabot zijn er vooral winterlandschappen, vergezichten over besneeuwd land met hier en daar een woning of boerderij. Ondanks de kleine formaten komt de grootsheid ervan goed uit de verf. Marjolijn van den Assem staat minder neutraal tegenover het landschap, zij tast haar herinneringen af op plekken die zij goed kent. In haar recentere werk is de aanwezigheid voelbaar van een dritte im Bunde: Friedrich Nietzsche. Het is zo vervlochten geraakt met de plaatsen waar hij heeft gelopen en zijn gedachten heeft genoteerd, dat ze die wereld op papier heeft herschapen. Het is een op zichzelf staand project geworden dat de kijker wegvoert van Rotterdam, van Nederland, van sneeuw en koud zonlicht. Het toont rivieren, planten en paden waarbij nog maar weinigen stilstaan, die pas bijzonder worden door de aandacht die Van den Assem eraan schenkt en de verbinding die zij weet te leggen met het leven van de besnorde levenskunstenaar Nietzsche.

Op haar wandelingen heeft zij meer verzameld dan wat het landschap gaf. Ze nam ook mee wat zij wist dat erin verborgen lag, en noteerde haar indrukken op een zo betrokken manier dat zij en wij geen toeschouwers meer zijn. We worden daar naartoe getrokken en nemen onwillekeurig de stemming over van het passeren van de tijd en de vrije loop laten aan onze gedachten.

De witte villa is de gedroomde omgeving voor het werk van Marjolijn van den Assem. Alles wat ik eerder schreef over de rol van architectuur in haar werk (zie ‘herinneren 2: Marjolijn van den Assem, 4 juni 2016) is hier van toepassing. Met dank aan Hendrik Chabot, die best een stapje terug wilde doen om ruimte te geven aan een geestverwant, een halve eeuw van hem verwijderd in tijd maar al wandelend zo dichtbij.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.