een speldenprik of een kopstoot

Nogmaals: Kirac (Keeping It Real Art Critics)

Ik kreeg uiteenlopende reacties op mijn vorige bijdrage over KIRAC (zie hieronder, 18 februari 2018). Een vriend die ik aan de telefoon had bedankte me dat ik hem op de filmpjes had geattendeerd. Hij had er enkele van bekeken en was er minder negatief over dan ik. In ons gesprek kwam de suggestie ter sprake dat wat Ruitenbeek, Sinha en Waling doen vergelijkbaar is met wat wij deden begin jaren tachtig met de oprichting van Metropolis M: stormenderhand en zonder veel kennis van zaken de kunstwereld veroveren met de middelen die zich daar op dat moment het best voor lenen. Een interessante gedachte.

Zijn er overeenkomsten met Metropolis M in de beginjaren? Wat ik bij KIRAC zie doet me vooral denken aan de redactievergaderingen in het prilste stadium, toen we ons realiseerden dat het starten van een tijdschrift één was, maar het vullen en regelmatig laten verschijnen een andere kwestie. We waren bereid als redacteuren veel te schrijven en vastbesloten een eigen stempel op het blad te drukken. Over de focus op moderne en vooral hedendaagse kunst waren we het eens. Dan nog kwam steeds de vraag terug waar we het over zouden hebben. Wat was interessant genoeg en sloot aan bij de belangstelling van tenminste een van ons? Welke invalshoek zouden we kiezen? Werd het luisteren (een interview), kijken (een recensie), of een speldenprik of kopstoot uitdelen? Het was allemaal voer voor discussie. Het hoogst haalbare, beseften we wel, was serieus genomen te worden door meer te doen dan louter informeren. Opiniërend moest je zijn.

Zoiets kun je willen, het blijkt algauw een valkuil. Het levert stukken op die misschien tien procent aan informatie bevatten en negentig procent pittig geformuleerde eigen mening. De lezer legt ze gemakkelijk terzijde als onschuldig of vrijblijvend. Voor wat betreft de onderwerpkeuze werkt de hang naar opinie ook beperkend. Je gaat op zoek naar meningen die je van jezelf al hebt, die je misschien wel bij je wereldbeeld of zelfs je karakter vindt passen. Je realiseert je pas veel later (als het ooit zover komt) dat het ventileren daarvan vooral je eigen beperkingen blootlegt. Wat weet je van de wereld? Wat is de bandbreedte van onderwerpen waaruit je het onderhavige hebt gekozen? Waaraan heb je je mening getoetst?

Het is allemaal geen reden om er niet aan te beginnen. Een tijdschrift toen, een videokanaal nu, het is goed dat jonge mensen zich er met hart en ziel in storten met het risico van teveel bravoure en te weinig diepgang. Maar dat inzicht moet wel een keer volgen. Bij  Metropolis M verschoof de balans op de schaal van informatie en opinie zover naar de andere kant dat het blad op den duur saai werd genoemd. Daar stond een veel breder blikveld tegenover waardoor we de stem van een generatie werden.  Dit zijn elementen die bij KIRAC node worden gemist. De onderwerpen die worden besproken lijken op te komen in huiselijke kring en missen elke samenhang en representativiteit. Het enige wat ze verbindt is dat Ruitenbeek, Sinha en Waling, met wisselende inbreng, er een mening over hebben die vanaf de eerste introductie met de nodige pedanterie over de kijker wordt uitgestort. In de uitwerking blijken zij weinig behoefte te hebben aan journalistieke verdieping of georganiseerde tegenspraak. Zij informeren zichzelf niet en overvallen hun gesprekspartners het liefst met vragen waarop zij ter plekke een antwoord verlangen dat dan vervolgens niet serieus wordt genomen.

Dat die methode van deze tijd is en soms aangenaam prikkelend, is onmiskenbaar. Als bijdrage aan de kunstkritiek heb je er niets aan. Dat KIRAC al na een half jaar, eind 2016, maar liefst twee prijzen ontving, een voor jonge en nog een voor innovatieve kunstkritiek, zegt ook iets over deze tijd. Alleen door de initiatiefnemers weerwoord te bieden kunnen zij zich een plaats in het debat over kunst verwerven. Pas dan zal blijken of zij bereid zijn eraan deel te nemen en hun kijk op de wereld ter discussie te stellen. Vasthouden aan meningen die je in de veilige beschutting van bed en aanrecht ontwikkelt is te gemakkelijk. Uiteindelijk, dat geldt voor elke criticus op welk vlak dan ook, moet je dat eigen oordeel waar je zo tevreden mee bent, gaan wantrouwen. Voorlopig ziet het daar bij de kiraccers niet naar uit. Kate Sinha verzucht ergens:’Ze kunnen zich gewoon niet voorstellen dat het helemaal anders is.’  Koop een spiegel, zou ik zeggen.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.