knuffelkunstknutselaar

Tentoonstelling: 30 jaar Heinekenprijs voor de kunst, Van Abbemuseum Eindhoven, t/m 30 september 2018

In het Van Abbe wandelde ik door een ongewone tentoonstelling. Dat wil zeggen, ik zag er een expositie op het stramien dat vroeger heel gewoon was: schilderijen en foto’s aan witte muren, hier en daar een sculptuur of een wandvullend iets, informatieborden erbij, heel netjes en overzichtelijk allemaal. Dit is het type presentatie waarvan het Van Abbe nieuwe stijl afstand heeft genomen omdat het geen vragen stelt en de kunst in zijn elitaire vanzelfsprekendheid bevestigt. Elders in het gebouw is iemand met de collectie aan de slag gegaan om te laten zien hoe je dat tegenwoordig aanpakt. The making of modern art stelt vragen bij alles: wat noemen we kunst, sinds wanneer doen we dat, waarom doen we dat, welk effect heeft het, wat is de waarde van het origineel, hoe verhoudt de ‘kunstwaarde’ zich tot de waarde van de gebruikte materialen en arbeid, wat doet de context voor het kunstwerk en ga zo maar door.

En nu is er opeens een heel gewone tentoonstelling doorheen geglipt met schilderijen aan de muur en sculpturen.. enfin, dat zei ik al. Verklarende tekstbordjes over de kunstenaars en de werken afzonderlijk. Nu was het mijn beurt om een vraag te stellen: waarom? Het antwoord moet luiden: omdat er een genereus aanbod kwam dat moeilijk geweigerd kon worden. De organisatie die al dertig jaar lang de Dr. A.H. Heinekenprijs voor de kunst uitreikt wilde bij dit ‘bijzondere jubileum’ een overzicht tonen van alle laureaten. Daar heeft het museum, normaal gesproken geen vriend van het grootkapitaal, ja tegen gezegd. En zo hangen er pardoes schilderijen aan de muur van Matthijs Röling, waar het museum – normaal gesproken geen vriend van old fashioned schilderkunst – het merkbaar moeilijk mee heeft. Röling wordt in een begeleidend commentaar geprezen om de manier waarop in zijn vroege interieurs het overvloedige daglicht binnenstroomt en sfeervol reflecteert op wanden en vloer van de goeddeels lege kamers. Ze zijn inderdaad bovenaards mooi, deze intieme inkijkjes in het leven van de schilder en zijn levensgezellin in dat prachtige huis. En inderdaad is de weergave van het licht een van de grote kwaliteiten. Maar nu juist op de voorstelling waar het museum het daglicht zo mooi ziet invallen is het nacht. Achter de ramen strekt zich een onpeilbare, zwartblauwe duisternis uit.

Verderop in de expositie is een ruimte omgetoverd in een filmzaal en al van veraf hoor je er de schelle stem van Erik van Lieshout. Hij banjert er over een eiland, geloof ik, rukt planten uit de grond en babbelt er lustig op los. Het is het soort film waar Van Lieshout het patent op heeft: amateuristische opnamen van het leven in een dikwijls moeilijk thuis te brengen biotoop waar niets van belang gebeurt. Zo hebben we de kunstenaar al op veel plaatsen in de wereld bezig gezien, van New York tot India en van Berlijn tot Venetië. Steeds zien we hem in een omgeving waar hij niets te zoeken heeft slepen met winkelwagens, afvalhout, planten, afgedankte spullen. Tref je hem in zijn atelier dan komt daar het materiaal bij waaruit hij zijn collages samenstelt: eigen tekeningen en opschriften, pin-ups en pornografische afbeeldingen.

Over de roem van Erik van Lieshout verbaas ik mij al twintig jaar en het raadsel groeit naarmate zijn ster hoger aan de hemel staat. Op zijn 26e, in 1994, debuteerde hij in een van de Couplet-tentoonstellingen in het Stedelijk in Amsterdam en sindsdien leeft hij op een wolk van loftuitingen, eerbewijzen, prijzen en beurzen. Ik heb er ooit zelf aan meegewerkt want in 1996 ontving Van Lieshout de Wim Izaksprijs waarvan ik destijds jurylid was. Tot mijn verontschuldiging zeg ik dat hij toen nog schilderde en dat zijn manier van werken in de postmoderne leegte van de negentiger jaren als fris en brutaal werd gezien. Brutaal is hij gebleven, maar gaandeweg kwam steeds sterker naar voren hoe beperkt hij is in zijn thematiek, bekrompen en zelfs reactionair in zijn opvattingen, en grillig in zijn kunstproductie. Onvoorspelbaar, wilde ik zeggen, maar wie zijn oeuvre overziet merkt dat hij juist bijzonder voorspelbaar is. Omdat hij geen eigen onderwerp heeft buiten de voortdurende botsing van zijn persoon met de steeds uitdijende buitenwereld, pakt hij iedere worst die je hem voorhoudt met beide handen aan. Geef hem het Rietveldpaviljoen in de Giardini van Venetië en hij bouwt een Rietveldcabine (later maakte hij een vergrote parodie op de witte Rietveld-bolderkar om er een ziekenhuisbed in te zetten). Geef hem een probleemwijk in de stad en hij opent een rommelwinkel, geef hem een Heinekenprijs en hij maakt pastiches op het bierlogo. Appropriation heette dat twintig jaar geleden, het zich toeëigenen van andermans materiaal. Dat is het enige wat zijn werk betekenis geeft want Van Lieshout beweegt zich door de wereld als een ontheemde op zoek naar een dak boven zijn hoofd, liefst zelf in elkaar geknutseld. In zijn schilderijen kwamen al veelvuldig hutten en caravans voor en na die tijd bouwde hij onderkomens van karton, hout en gedemonteerde winkelwagens.

Het zou allemaal fascinerend kunnen zijn als hij er iets bijzonders mee tot stand bracht. Maar hij blijft met grote hardnekkigheid de xenofobe, vrouwonvriendelijke en op zichzelf gefixeerde persoon die hij altijd al was.

Blijft het raadsel waarom juist hij zo’n hoge knuffelfactor blijkt te bezitten die hem werkplekken, reisbeurzen, expositiegelegenheden en subsidies oplevert alsof ooit op hoger niveau besloten is dat deze man gedurende zijn leven geen materieel gebrek hoeft te lijden. In een vraaggesprek met De Groene Amsterdammer zegt hij tussen neus en lippen door dat hij de Heineken-juryleden ten tijde van de prijstoekenning al heel goed kende, wat maar weer eens bevestigt hoe klein het wereldje is waar de koek wordt verdeeld. In dezelfde Groene-special werden ook de overige Heineken-prijswinnaars van dit jaar geïnterviewd, wetenschappers uit verschillende disciplines die een opmerkelijk of baanbrekend onderzoek onder handen hebben. Wat zegt het over de kunstwereld dat men in dit gezelschap van specialisten de dorpsgek afvaardigt?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *