pak aan!

Tentoonstelling: Bloot, t/m 3 februari 2019 in Museum Kranenburgh, Bergen.

Lois Cohen en Roma Voss, Odalisque, uit de serie Metamorphosis

Het museum in Bergen pakt uit met Bloot, ‘waarin meer dan vijftig kunstenaars tonen met humor, ernst, provocatie en gevoel voor schoonheid hoe nauw het kijken naar bloot verbonden is met onze kijk op de wereld.’ Dat is nog eens een ondertitel. Gezien mijn betrokkenheid afgelopen zomer bij een expositie over het mannelijk naakt in de kunst, toog ik met hooggestemde verwachtingen naar het dorp van kunstenaars, dichters en de eindeloze deining van duin en Canto Ostinato.

Bloot, naakt, hadden we het over hetzelfde? Volgens Thomas Widdershoven, ‘beeldmaker’ en samensteller van Bloot, niet. Hij citeert John Berger die ooit in Ways of Seeing opmerkte dat bloot zijn (‘naked’) betekent jezelf zijn, terwijl je naakt bent (‘nude’) wanneer je door anderen bloot wordt gezien. Ingewikkeld. Volgens die definitie gaat het in Bloot dus niet over bloot, want het bloot dat bekeken wordt heet naakt.

Maar lopend door de zalen begreep ik snel dat de expositie niet gaat over het kijken naar bloot. De opzet is juist dat de bezoeker zelf wordt geconfronteerd met bloot in tal van verschijningsvormen. Dat gaat behoorlijk ver, op het choquerende af: hij ziet er monochroom witte rasterreliëfs van Schoonhoven, foto’s van een illegale zilvermijn in Suriname en opengeknipte leren motorpakken die vlak tegen de muur zijn gespijkerd. Hij treft er grafieken die de getalsmatige verhoudingen tussen de huidskleuren in een aantal landen aangeven. Hier en daar ziet men ook ongeklede lichamen of delen ervan, en vergrote modellen van de reproductieve organen van man en vrouw. Ik gebruik er maar een klinische aanduiding voor want ik had voortdurend sterker het gevoel mee te kijken met een chirurg die zijn onderwerp ontleedt (en in die zin bloot legt), dan met een curator die mij met humor, ernst, provocatie en gevoel voor schoonheid zou willen verleiden.

Terugdenkend aan de expositie De man in Deventer springt het grootste verschil met de hier gekozen benadering in het oog: in museum Kranenburgh hangt geen enkele afbeelding van een herkenbaar individu. Er zijn poppen, foto’s van anonieme modellen, gebreide lullen en mondgeblazen glazen borsten, er is een Chinees marmeren beeld van niemand in het bijzonder, er zijn kunstig vormgegeven kapsels, keramische vazen, een tranenpistool en beeldmateriaal uit verschillende reclamecampagnes van het Bureau Thonik waarvan Widdershoven partner is. Bloot gaat over het concept bloot in de zin van natuurlijkheid, maar niet over iemands lichaam. Er is geen modeltekening, geschilderd of gefotografeerd portret waaruit je op zou kunnen maken dat een kunstenaar contact heeft gemaakt met een ander mens. Het lichaam is hier geen bron van intimiteit, kracht of kwetsbaarheid. Het vertegenwoordigt een kleur, een functie, een beeldspraak, of het is inzet van een debat. De expositie stelt vragen als: kunnen we ons nog natuurlijk gedragen, wordt dat door de maatschappij geaccepteerd, hoe was dat vijftig jaar geleden, mogen we naar het menselijk lichaam kijken, mogen we weten hoe het werkt en hoe we omgaan met de ongemakken en pleziertjes? Welke betekenis heeft het woord ‘natuurlijk’ nog in onze tijd? Hoe kan het een wapen zijn of een protest?

Een expositie die je aan het denken zet, meer dan aan het kijken. Widdershoven is de eerste om te erkennen dat de door hem bijeengebrachte verzameling ‘meerdere, verwarrende en soms tegenstrijdige dingen communiceert, en niet los te zien is van historische context en de nog altijd heersende sociale conventies die daarin geworteld zijn.’ Dat heb je met conventies, dat ze heersen, en dat zullen ze altijd wel blijven doen. Ik had, als het dan toch vooral om hersengymnastiek gaat, gewenst dat hij wat zorgvuldiger in zijn begripsbepaling en verhaallijn was geweest. Dan hadden we van een essay in beelden kunnen spreken. Nu zoekt Widdershoven zijn toevlucht in het domein van de kunst dat hij een vrijplaats noemt ‘die daadwerkelijk taboes kan doorbreken en verandering kan brengen.’ De taal van de reclameman die gelooft in gedragsbeïnvloeding en bewustzijnsverandering door gerichte strategieën. Maar zulke strategieën zijn niet eigen aan de kunst, en veel van wat hij laat zien houdt er slechts zijdelings verband mee.

Ik geloof ook dat de kunst een vrijplaats is voor eenlingen die zich in hun werk niet door taboes en heersende conventies willen laten leiden. Hun volharding en hun wens dat wat zij maken door anderen gezien zal worden, vormen samen hun strategie. Maar wat zij bloot leggen is niet het al dan niet geklede lichaam. Het gaat hen om het subtiele spel van durven kijken, iets persoonlijks willen maken en dat schoorvoetend prijsgeven. Dat die nuance in deze expositie überhaupt niet voorkomt is veelzeggend. Bloot-de-expositie gaat niet over kunst als vrijplaats en evenmin over het afwerpen van het kostuum dat we elke dag braaf met elastiek, riemen, knopen en bretels aan onze lijven ophangen om er onze sociale status mee te bevestigen. Ook gaat het niet over jezelf mogen zijn, alleen, samen met een geliefde of desnoods met velen in de sauna. Hier wordt een Onderwerp aangesneden, een Kwestie waarover zedenmeesters en creatievelingen, idealisten en feministen hun zegje mogen doen. Hier spreekt niet het beeld maar het woord, en woorden uit de koker van een reclamemaker blijven altijd reclame, ook als hij het pak aantrekt van de wereldverbeteraar. Met een pakkende titel: Bloot!

2 gedachten over “pak aan!”

  1. Mooi beschreven. Over de valkuil van de communicatie expert, ondanks de beelden die voor zichzelf spreken. De hoogste waarde van elk kunstwerk is te bestaan zonder vooraf bepaalde betekenis, maar wel afgeleid van de ervaring van de ontmoeting. Kunst is provoceren, vragen oproepen die alleen het publiek kan beantwoorden. De ontmoeting is waar het om gaat, niet de betekenis. Als betekenis het doel zou zijn, dan is het propaganda of reclame. De betekenis van kunst is echter – ‘alles wat je ervan wilt maken.’ Dit is zijn kracht. De vraag is: kun je dat als reclamemaker wel begrijpen?

  2. Mooi artikel! Met een prachtig afsluiting. Hierbij moest ik even denken aan het boek : Het geschilderde woord” van Tom Wolfe. Groet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *