Te ver en niet ver genoeg

Film: The Last Portrait, regie Stanley Tucci, gebaseerd op het boek A Giacometti Portrait van James Lord.

Alberto Giacometti, Portret van James Lord, 1964

Wie A Giacometti Portrait van James Lord heeft gelezen (Nederlandse vertaling Giacometti, een portret, Zeist 1987), gaat met hooggespannen verwachtingen naar de verfilming die eerder dit jaar is gemaakt. De ervaring die Lord beschrijft – het model zitten voor een geschilderd portret – kent weliswaar geen pointe, maar zijn verslag sleept je mee in de schijnbaar uitzichtloze situatie waarin hij na zijn argeloze toezegging is beland. De spanning loopt eigenlijk van dag tot dag op en na een poosje verlies je het besef van tijd. Hoeveel dagen zijn ze nu bezig? Hoe vaak is de deadline al verschoven? Hadden we deze conversatie niet al eens voorbij zien komen? En net als Lord zelf vraag je je af: hoe lang gaat dit nog duren? En komt aan het eind de steeds herhaalde vrees van de schilder uit dat het allemaal niks wordt, dat hij het niet kan, dat hij er nooit aan had moeten beginnen, dat deze onderneming bewijst dat hij dertig jaar lang zijn tijd had verknoeid?

Het boek stuurt niet aan op een spectaculaire ontknoping. We zien de kunstenaar aan het werk door de ogen van een model dat er al snel genoegen mee neemt dat zijn portret nooit af zal komen. Hij begrijpt het wel. Ongeveer twee uur, had Giacometti gezegd. Twee uur zitten, hooguit een middag, voor een snelle schets. Het gesprek tussen hen beiden gaat al gauw over de onmogelijkheid een portret af te maken, zoals Ingres nog wel kon en Cézanne niet meer. Intussen is Cézanne wel de kunstenaar die Giacometti het hoogst waardeert.

Die twee uren zouden uitlopen naar achttien dagen en als Lord niet met een list had voorkomen dat Giacometti voor de zoveelste maal het hele gezicht zou wegschilderen, was er waarschijnlijk geen Lord-portret, catalogusnummer AGD3528 volgens de Fondation Giacometti, geweest. De aantekeningen van Lord doen je inzien dat de laatste staat van het schilderij niet beschouwd kan worden als een definitieve versie. Het is het stadium dat de schilder uiteindelijk het voordeel van de twijfel heeft gegeven. Het is bij lange na niet af omdat zoiets voor Giacometti niet kon bestaan. Net als alle voorgaande versies is het te ver om nog van een achteloze schets te kunnen spreken, en bij lange na niet ver genoeg om in de buurt te komen van wat zo’n portret zou moeten zijn. ‘Het is erg jammer.’, zegt de schilder tenslotte, ‘We hadden nog zoveel verder kunnen komen. Er is een opening. Voor het eerst in mijn leven heb ik zo’n opening gekregen.’ En daar moeten we het mee doen.

De distributeur van de film durfde er niet op vertrouwen dat het publiek voor zo’n anticlimax twee uur in een bioscoopzaal zou willen zitten. De aankondiging dat het niet om ‘een’ Giacometti-portret, maar om het laatste portret van zijn hand gaat (wat niet klopt), en dat het resultaat een meesterwerk was, moet de spanning opvoeren. In recensie-jargon heet dat een spoiler die de kans op een teleurstelling juist groter maakt. De totstandkoming van een meesterwerk, dat kun je er alleen op wagen als het om de Nachtwacht gaat, of Las Meninas of de Guernica. Een schilderij dus waarvan iedereen de uiteindelijke verschijning kent en dat door zijn onaantastbare status nieuwsgierig maakt naar the making of. Het portret van James Lord hoort niet tot die categorie. Het is bekend door het boek dat Lord erover schreef en de vraag of het een meesterwerk was moest destijds wijken voor de praktische overwegingen dat Giacometti het op wilde nemen in een expositie en Lord terug moest naar de Verenigde Staten.

Het ware drama in deze geschiedenis speelt zich af op het schilderdoek, niet in de morsige steeg die Giacometti samen met zijn broer Diego stukje bij beetje had opgekocht en die voor de film minutieus is nagebouwd. Maar dit doek komt amper in beeld, het schilderen zelf blijft beperkt tot af en toe een minuutje onrustig gekras waarna de meester alweer ‘fuck!’  roept en zijn penselen in een hoek smijt. Giacometti wordt geportretteerd als een onberekenbare en opvliegende figuur die dwangmatig de afleiding zoekt van het café, vrouwen en drank. We zien hem met pakken bankbiljetten smijten om de vrijheid te kopen dagelijks met een jonge prostituee om te gaan. Er is een kern van waarheid in deze anekdotische opvatting, maar het blijft oppervlakkig, een vorm van re-enactment van Giacometti’s laatste jaren.

Zo blijft voor de filmkijker verborgen wat het lezen van het boek zo instructief maakte: de concentratie van de kunstenaar, zijn intelligentie, het harde werken en het als tegen een berg opzien naar de last van het steeds opnieuw beginnen. De voortdurende twijfel, dikwijls grenzend aan regelrechte vertwijfeling, moest het uiteindelijk afleggen tegen zijn vastberadenheid. Niet om meesterwerken te creëren. Die waren ver buiten beeld. Wel om te doen wat des kunstenaars is: aan het werk te gaan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.